Vetten zijn onmisbare bestanddelen van een goede voeding en vormen samen met eiwitten en koolhydraten de belangrijkste voedingsstoffen. vetten Vetten zijn samen met koolhydraten de belangrijkste energiedragers. Vetten leveren echter meer dan tweemaal zoveel energie (9 kcal tegen 4 kcal per gram) dan koolhydraten en zijn daarmee de belangrijkste opslag van energie die ons lichaam nodig heeft om te kunnen functioneren.

Niet alleen energie

Vroeger werd vet in de menselijke voeding voornamelijk beschouwd als bron van energie. Vet heeft echter ook een aantal belangrijke niet-calorische functies. Voor het grootste gedeelte (circa de helft) opgeslagen onder de huid vormen vetten, naast een belangrijke energiereserve, ook een belangrijke isolatielaag, die temperatuurschommelingen in het lichaam tegen gaat. Kwetsbare organen zijn voorzien van een beschermende vetlaag. Ook de isolatiemantel van zenuwen bestaat uit een vetachtige stof (myeline). Vetten zijn met name voor celmembranen een belangrijke bouwstof.



Via het vet in onze voeding krijgen we de belangrijke (alleen in vet oplosbare) vitamines A, D, E en K  binnen. Ons lichaam heeft tenminste 25 gram vet per dag nodig om de dagelijks benodigde hoeveelheden van deze vitamines op te nemen. Verder bevatten vetten een aantal onverzadigde vetzuren, die het lichaam niet zelf kan aanmaken en die voor een goed functioneren daarvan onmisbaar zijn. Voorbeelden zijn linolzuur en alpha-linoleenzuur (ALA). Ook de Omega-3 vetzuren eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA) zijn voor een goede gezondheid belangrijke vetzuren die we via de voeding (vooral vette vis) binnen krijgen.