Vetpercentage

vetpercentage Naast de body-mass index (BMI) is het vetpercentage een goede indicator om na te gaan of er sprake is van overgewicht. Ons lichaam bestaat ongeveer uit 20 kg spierweefsel. Spierweefsel is zwaarder dan vetweefsel. Dat betekent dus ook dat een slank gespierd iemand zwaarder kan zijn dan een even groot iemand met meer lichaamsvet.

Via het vetpercentage kan de vet en vetvrije massa worden berekend. De vetvrije massa is het lichaamsgewicht verminderd met de vetmassa. De waarden voor een gezond vetpercentage zijn gebonden aan geslacht. Mannen hebben van nature een lager vetpercentage dan vrouwen. Onderstaande tabel laat de zien wat gezonde vetpercentages zijn voor mannen en vrouwen.

Uitleg Mannen Vrouwen
Essentieel lichaamsvet 2  -  4% 10  -  12%
Atleten 5  -  13% 13  -  20%
Gezond 14  -  17% 21  -  24%
Acceptabel 18  -  25% 25  -  31%
Teveel lichaamsvet meer dan 25% meer dan 31%




Berekenen vetpercentage

Het vetpercentage kan worden berekent als een functie van de tailleomtrek in centimeters en het gewicht in kilogram.

Voor mannen:
vetpercentage =  -98.42   +   1.63  x  tailleomtrek  –   0.18  x  gewicht

Voor vrouwen:
vetpercentage =  -76.76   +   1.63  x  tailleomtrek  –   0.18  x  gewicht

Bovenstaande berekening biedt een goede benadering van je vetpercentage, maar is niet helemaal nauwkeurig. Voor het bepalen van een meer nauwkeurig vetpercentage zijn er twee mogelijkheden:

Huidplooidiktemeting

De huidplooidiktemeting (ook vaak huidplooimeting genoemd) is een methode waarbij op 4 verschillende lichaamsplaatsen de dikte van de huidplooi gemeten wordt. Deze 4 waarden worden bij elkaar opgeteld. In een tabel kan het vetpercentage afgelezen worden, waarbij rekening wordt gehouden met het feit of je man of vrouw bent en wat je leeftijd is. De meting dient gedaan te worden door een persoon die geoefend is in het meten van de huidplooidikte.

Bio-elektrische impedantiemeter

De bio-elektrische impedantiemeter meet het vetpercentage door een zwakke stroom. Het vochtgehalte van vet in verhouding tot het vochtgehalte van spieren wordt gemeten door middel van een zwakke stroom door het lichaam. Je staat op een soort weegschaal en daarbij pak je 2 handvaten vast. Op een display is het vetgehalte af te lezen. Vet heeft een lager vochtgehalte dan spieren. Bij veel vochtverlies blijkt het apparaat niet geheel betrouwbaar. Bij het meer of minder stevig vastpakken van de handvaten is ook een verschil te zien bij de meting. Het voordeel is dat de waarde vrij gemakkelijk te meten is.