Koolhydraten zijn samen met vetten de belangrijkste energiedragers. Koolhydraten zorgen voor de directe energie die het lichaam nodig heeft om te kunnen functioneren.
Worden vetten hoofdzakelijk door het lichaam opgeslagen als energievoorraad, koolhydraten in de vorm van glucose zijn direct beschikbaar als brandstof voor de cellen.
Met name de rode bloedlichaampjes, de hersen- en zenuwcellen kunnen alleen maar glucose als energiebron gebruiken.
Andere lichaamscellen zijn ook in staat vetten te verbranden.
Fotosynthese
In de natuur zijn alleen groene planten in staat koolhydraten te maken. De benodigde grondstoffen zijn koolzuurgas (CO2), dat door de bladeren uit de lucht kan worden opgenomen, en water (h3O), dat door de plantenwortels aan de grond wordt onttrokken. De energie die daarvoor nodig is, wordt geleverd door de zon. De zonne-energie wordt opgevangen door het bladgroen (chlorofyl), dat in staat is de zonne-energie om te zetten in chemische energie nodig voor de opbouw van het glucosemolecuul. Bij dit proces komt zuurstof vrij, waardoor planten de zuurstofleveranciers zijn van de wereld. Dit proces wordt fotosynthese of koolzuurassimilatie genoemd en is een van de belangrijkste basisprocessen voor het leven.De glycemische Index en "goede" en "slechte" koolhydraten
Glucose is de brandstof voor het lichaam. Alle lichaamscellen hebben glucose nodig die voor de benodigde energie zorgt om te kunnen functioneren. Via het bloed wordt de glucose naar de lichaamscellen in alle uithoeken van het lichaam getransporteerd. Bloed bevat dus altijd een hoeveelheid glucose. Dit staat bekend onder de naam: bloedsuikergehalte, bloedsuikerspiegel of de medische term glycemie. De hormonen insuline en glucagon spelen een belangrijke rol bij het in stand houden van de bloedsuikerspiegel. Sterke schommelingen van de bloedsuikerspiegel kunnen leiden tot de drang van overmatig eten, vasthouden van vocht, sterke dorst of wisselingen in de gemoedstoestand. Stijgt de bloedsuikerspiegel te snel na bijvoorbeeld een koolhydraatrijke maaltijd dan scheidt de alvleesklier het hormoon insuline af die het teveel aan glucos uit het bloed haalt en als glycogeen opslaat in de spieren en de lever.De koolhydraten uit onze voeding hebben een grote invloed op de bloedsuikerspiegel in ons bloed. Het getal dat aangeeft in welke mate een koolhydraat het glucosegehalte in het bloed beïnvloedt, wordt de glycemische index genoemd. Koolhydraten met een hoge glycemische index worden snel door het lichaam opgenomen en veroorzaken een sterke stijging van de bloedsuikespiegel en worden daarom wel "snelle" of "slechte" koolhydraten genoemd. Koolhydraten met een lage glycemsiche index worden langzaam door het lichaam opgenomen en veroorzaken nauwelijks een stijging van de bloedsuikerspiegel en worden daarom wel "langzame" of "goede" koolhydraten genoemd. Suiker, honing, aardappelpuree, witte snelkookrijst, wit brood, koek en gebak zijn voorbeelden van producten met een hoog gehalte aan "slechte" koolhydraten.
Recente reacties
1 jaar 42 weken geleden